Verantwoordelijk voor de Brandmeldcentrale (BMC) / Brandmeldinstallatie (BMI)?

De betrouwbaarheid van een brandmeldinstallatie in een gebouw valt of staat bij het aantal onechte of ongewenste meldingen en storingen die de installatie geeft. Deze meldingen worden vaak niet door de techniek van de brandmeldinstallatie veroorzaakt, maar door gebrekkig beheer en onderhoud van de installatie. In de norm NEN 2654-1 en NEN 2654-2 staan de eisen die gesteld worden om tot een goed beheer, controle en onderhoud van respectievelijk de brandmeld – en ontruimingsinstallatie te komen. De NEN 2654 vertrouwt de taken en verantwoordelijkheden die hiermee samenhangen toe aan een zogenaamde Beheerder Brandmeldinstallatie.
De BBMI voert het dagelijkse beheer uit en is tevens de contactpersoon voor de instanties die met het functioneren van de brandmeldinstallatie en de alarmorganisatie te maken hebben. Een BBMI draagt bij tot de brandveiligheid van het bedrijf of instelling. Gebruikers van een brandmeldinstallatie die doormelden aan de brandweer worden meestal verplicht tot het onderhouden van de brandmeldinstallatie volgens de NEN 2654-1. Dit houdt in dat er in een organisatie minstens één BBMI aanwezig moet zijn. Vanwege de aard van de taken en verantwoordelijkheden van een BBMI is het aan te bevelen deze een plaats in de BHV-organisatie te geven.

Cursus inhoud
– De taken van de BBMI
– Voorschriften, normen en eisen die gesteld worden aan brandmeld- en ontruimingsinstallaties
– De opbouw, werking en componenten van de brandmeldinstallatie
– Het registreren en rapporteren van gegevens in het logboek
– De documenten behorend bij een brandmeldinstallatie
– Instrueren van derden
Toetsing
Het examen wordt aan het eind van de tweede lesdag afgenomen.

